In de praktijk blijkt onduidelijkheid te bestaan over de vraag hoe het bovenstaande zich verhoudt tot rapportageverplichtingen die Nederland, net als andere EUEuropese unie-lidstaten, heeft naar Europese instellingen, met name de Europese Commissie.

Het gaat dan om de volgende vragen:

  1. Kunnen gegevens ten aanzien waarvan de bevoegde instantie heeft besloten dat deze vertrouwelijk dienen te worden behandeld aan de Europese Commissie worden verstrekt?
  2. Als het antwoord op vraag a) bevestigend luidt kan de Europese Commissie deze gegevens dan openbaar maken?

Vraag a)

Het antwoord op vraag a) luidt bevestigend, als bedrijven en lidstaten op grond van Europese verplichtingen verplicht zijn deze gegevens te rapporteren (bijvoorbeeld in het kader van de LCP-richtlijn [1] of de IPPC-richtlijn [2]). Het is daarbij niet relevant of een bedrijf zich bij de aanlevering van de gegevens beroepen heeft op vertrouwelijke behandeling van de gegevens en de bevoegde instantie heeft besloten dat dit beroep gerechtvaardigd is.

De desbetreffende gegevens zullen hoe dan ook aan de Europese Commissie worden verstrekt. Dit is slechts anders als in de betreffende Europese regelgeving expliciet is aangegeven dat als vertrouwelijk aangemerkte gegevens niet hoeven te worden gerapporteerd (bijvoorbeeld
in het kader van de EG-verordening PRTR)[ 3].

Vraag b)

Als de betreffende Europese regelgeving geen regels bevat over de openbaarmaking of vertrouwelijke behandeling van gegevens, wordt teruggevallen op de algemene bepalingen van de Eurowob [4]. Hierin wordt de toegang van het publiek tot documenten van de Europese Commissie geregeld.

Ingevolge artikel 4, eerste en tweede lid, van de Eurowob wordt de openbaarmaking onder meer geweigerd, wanneer dat zou leiden tot ondermijning van de:

  1. persoonlijke levenssfeer en de integriteit van het individu, of
  2. bescherming van de commerciële belangen van een natuurlijke of rechtspersoon.

Wanneer het gaat om documenten van derden (in casu de lidstaat), wordt de lidstaat door de Europese Commissie geraadpleegd om te kunnen beoordelen of de in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Eurowob genoemde uitzonderingen van toepassing zijn, tenzij het duidelijk is dat het document wel of niet openbaar moet worden gemaakt (artikel 4, vierde lid, van de Eurowob). Ook kan de lidstaat de Europese Commissie verzoeken een van deze lidstaat afkomstig document niet zonder zijn voorafgaande toestemming openbaar te maken (artikel 4, vijfde lid, van de Eurowob).

Het is dus in de eerste plaats aan de Europese Commissie om te bepalen of bepaalde (delen van) documenten niet openbaar worden gemaakt. Nederland kan echter bij aanlevering van de betreffende gegevens wel aangeven gebruik te willen maken van artikel 4, vijfde lid, van de Eurowob. In de jurisprudentie over de toepassing van dit artikellid is door het Europese Hof van Justitie geoordeeld dat dit geen algemeen en onvoorwaardelijk vetorecht aan een lidstaat geeft. Een lidstaat dient zijn bezwaren tegen openbaarmaking te motiveren.

Tegen een besluit op grond van bezwaren van een lidstaat of derden staat de communautaire rechtsbescherming open (via een procedure aan te spannen bij het Hof van Justitie van de EG).

Voetnoten

[1]     Richtlijn 2001/80/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake de beperking van emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties (PbEG L 309). 
[2]     Richtlijn 96/61/EG van de Raad van de Europese Unie van 24 september 1996 inzake de geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (PbEG L 257). 
[3]     Verordening (EG) nr. 166/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 januari 2006 betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen en tot wijziging van de Richtlijnen 91/689/EEG en 96/61/EG van de Raad (PbEU L 33). 
[4]     Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PbEG L 145).